Gepost door: Raymond Franz | 25/08/2009

En mijn antwoord aan het FD

Geachte heer Woudt,

Dank voor uw reactie, maar er zijn een paar zaken die ik u toch nog even
onder de aandacht wil brengen.
U stelt dat Murdoch 'druk doende is om andere dagbladuitgevers achter
zijn voornemens te scharen'. Ik weet niet waar u die informatie vandaan
heeft maar het lijkt me dat u dit onmiddellijk zou moeten aangeven bij
de daarvoor bevoegde mededingingsautoriteiten. Het maken van
prijsafspraken is verboden.

Uw tweede aanname is dat de dagbladsector zijn eigen graaf graaft
wanneer het zijn schatten blijft weggeven en dat de enige optie is om
geld te vragen voor haar content. Een onderbouwing hiervoor geeft u
niet. En voor de goede orde: Omzet haalt de Telegraaf wel uit internet,
winst is een ander verhaal.
De dagbladpers is er al 15 jaar niet in geslaagd sluitende
businessmodellen voor internet te ontwikkelen. Waarom dit nu ineens wel
het geval zal zijn wordt mij niet duidelijk.

Ik zal u een voorbeeld van falend internetbeleid geven. Tot twintig jaar
geleden leverden de classifieds in de Telegraaf kapitalen op. Men hoefde
op de Basisweg de telefoon maar op te nemen en er hing een klant aan.
Particuliere adverteerders betaalden en de lezer betaalde. Bingo.
Verblind door dit businessmodel heeft men de opkomst van gratis
advertentiesites zoals EBay en Marktplaats volkomen onderschat.
Hetzelfde geldt voor personeelsadvertenties. Het is het missen van deze
kansen op internet die de dagbladen nu nekt.

Het laten betalen voor content in een markt die altijd gratis is geweest
is even onzinnig als de opzet van een Marktplaats waarop een
particuliere adverteerder of de bezoeker moet betalen. Daarnaast zullen
de operationele- beveiligings- en marketingkosten voor TMG gigantisch
zijn om een nieuwssite met 'so-called' toegevoegde waarde in de markt te zetten.
En dan laten ze Spits! zeker gewoon gratis?

Ik ben het met u eens dat betaald nieuws in een niche markt zoals de uwe
gemakkelijker achter een betaalmodel past. De Wall Street Journal heeft
1 miljoen betalende klanten die tussen de 2 en 2,5 dollar (of euro) per maand betalen. 

Bij The Financial Times zijn er al een stuk minder abonnees, ongeveer
100.000 en liggen de prijzen veel hoger, namelijk op 3,49 euro per week.
De Telegraaf vraagt nu voor toegang tot haar PDF krant bijna 10 euro per
maand. Om de exploitatie van een betaalde internet krant dekkend te
krijgen zijn bij lagere aantallen dus hogere prijzen nodig. Een perfect
scenario voor een mislukking, zeker in een klein taalgebied als Nederland.

En bij het FD. Ik kan niet bij u in de keuken kijken maar het lijkt me
sterk dat uw internetsite met zo'n groot gebrek aan advertenties een
cash cow is. Let wel: Gebaseerd op uw klanten die niet, zoals ik al een
papieren abonnement hebben. Hoeveel enkelvoudige artikelen verkoopt u
per dag via uw site? Een handjevol?

En de belangrijkste reden voor het succes van de WSJ? De meest
abonnementen zijn corporate en worden betaald door de werkgever van de
abonnee. Als de WSJ een consumentenkrant was geweest waren deze succes
getallen heel anders geweest. Daarbij komt dat veel abonnementen zijn
afgesloten in ruil voor grote corporate contracten op de papier krant
die door WSJ als PDF wordt aangeboden. Dit maakt het tot op zekere
hoogte een vestzak broekzak succes.

Kranten doen er goed aan om de link-economy als basis voor hun
commerciele en journalistieke ontwikkeling te kiezen. Het slim weggeven
van content is iets heel anders dan het door u gesuggereerde 'gratis
dumpen' en maakt dat nieuwsmedia zich kunnen concentreren op hetgeen
waarvoor ze op deze aarde zijn, namelijk (nieuwe) journalistiek bedrijven.

Laat anderen met uw content succesvolle en niet succesvolle toepassingen
bedenken en ontwikkelen, maak gebruik van hun expertise, ondernemingszin
en creativiteit. Laat hen de ondernemersrisico's dragen en reken pas af
als hun toepassingen geld genereren. Exotisch? Welnee... Reuters, The
Guardian, NYTimes en Washington Post werken al via dit model.

Met hartelijke groet,
TrendLight Netherlands BV

Raymond Franz

A.J. Ernststraat 595-D
1082 LD AMSTERDAM
T +31 20 3140960
M +31 6 48336950

r.franz@trendlight.nl
www.trendlight.nl
www.opensahara.wordpress.com
Gepost door: Raymond Franz | 25/08/2009

antwoord van FD meneer Woudt

Geachte heer Franz,

Dank voor uw reactie. Het moge duidelijk zijn dat de discussie over betaald versus
gratis (of waardevolle links, zoals u stelt) met de stappen van Murdoch en Swartjes
in een stroomversnelling komt. Of ik er niets van heb begrepen, zullen we wel zien.
Murdoch is inmiddels druk doende om andere dagbladuitgevers achter zijn voornemens
te scharen. In Nederland zal de stap van De Telegraaf hetzelfde effect hebben,
dagbladkartel of geen dagbladkartel. De druk op de BBC/NOS om een tandje minder te
doen, zal toenemen, zoals ik in de column beschrijf. Die ontwikkeling zit er op
redelijk korte termijn volgens mij onherroepelijk aan te komen. Daarmee graaft de
dagbladsector niet zijn eigen graf, zoals nu het geval is met het weggeven van alle
schatten zonder dat hier een reële vergoeding tegenover staat. Hadden ze bij De
Telegraaf maar enige omzet uit internet! Tot zo ver de column.

De koerswijziging van Murdoch en Swartjes roept wel de vraag op of de informatie van
dagbladuitgevers altijd uniek genoeg is. Naar mijn idee zal lang niet elke titel
erin slagen zijn onmisbaarheid te bewijzen om er geld voor te kunnen vragen, of het
nu via linken of via firewalls of beide gaat. Zowel inhoudelijk als in de
presentatievormen moet hier veel gebeuren; ook bij titels waarvan je het vermoeden
hebt dat er kansen liggen. Bovendien ligt er voor de dagbladsector op het terrein
van de techniek een uitdaging, om het maar vriendelijk te zeggen. Ook Lionel Barber
van de FT stipt dit punt in zijn door mij aangehaalde speech aan. 

Met vriendelijke groet en altijd tot verdere discussie bereid,

Job Woudt
FD
Gepost door: Raymond Franz | 24/08/2009

beste meneer Woudt van het FD

Beste meneer Woudt,

In uw column in het FD van zaterdagmorgen geeft u blijk van weinig kennis van zaken over de nieuwe business modellen voor nieuwsmedia op internet.
Allereerst simplificeert u door te stellen dat de keuze van nieuwsmedia er een is tussen gratis en betaald. Alsof ‘gratis’ een doel op zich is. Laat ik een poging doen het u uit te leggen.

Ik heb een abonnement op de papieren FD. Wanneer ik in uw krant een interessant stuk lees en daarover een stukje wil schrijven of twitteren kan ik niet doorlinken naar het artikel op uw site. Zo ook nu niet. Die staat namelijk achter een tariefmuur. Tegelijkertijd druppelt het nieuws uit uw papieren krant ook via een of andere RSS reader bij me binnen, via een andere bron die doorlinken wel toelaat.

In plaats over ‘gratis’ te spreken dient u zich af te vragen wat de waarde van deze links is die u zo misloopt. Van deze ‘link waarde’ trekt u het aantal lezers af die voor dat ene artikel hebben willen betalen en nog geen abonnement op uw krant hebben. Die zonder dat er naar toe kan worden gelinkt, dit artikel toevallig zijn tegengekomen en die de moeite hebben genomen zich te registreren.

Exclusiviteit op internet bestaat niet. Hoe exclusiever of brisanter het nieuws, hoe sneller dat nieuws op andere internetbronnen beschikbaar komt. En het FD zal dat niet tegenhouden

Ad Swartjes begrijpt helemaal niets van de link-economy en Murdoch en Tom Curley van AP ook niet. Dat is geen verwijt, het zijn zestigers die terugverlangen naar de tijd dat het geld bij de kranten tegen de plinten klotste. Daarbij hebben ze al zoveel mislukte en geldverslindende internetavonturen achter de rug dat een defensieve stap best te begrijpen is, maar slim is het niet.
Het plaatsen van content achter een tolpoort past in de historische vergissingen a la Bill Gates die het in de jaren negentig niet in internet zag zitten. Nu komt Google met een besturingssysteem waarmee het Microsoft in het hart raakt. Waarmee ik maar wil zeggen: ‘het kan verkeren’ en snel ook.

De internet Telegraaf is een populaire nieuwssite. Als Swartjes het achter een tariefmuur plaatst zal deze populariteit snel afnemen, advertentie-inkomsten zullen dalen, links naar de Telegraaf artikelen vanuit Google News en blogs zullen opdrogen en ‘last but not least’: iemand anders zal in het gat springen met al die ex-lezers ‘on the run’. Binnen no-time zal er een nieuwe Telegraaf op internet opstaan. Gratis wel te verstaan.

Ik heb in de afgelopen jaren veel presentaties gegeven aan uitgevers, journalisten, boeren, burgers en buitenlui over internet, nieuwsmedia en businessmodellen. De business rules zijn eenvoudig en juist daarom is het zo schrijnend dat ze niet gekend of niet begrepen worden. Ik kom ze u en uw redactie graag een keer presenteren. Gratis uiteraard.


Met hartelijke groet,
TrendLight Netherlands BV

Raymond Franz

A.J. Ernststraat 595-D
1082 LD AMSTERDAM
T +31 20 3140960
M +31 6 48336950

r.franz@trendlight.nl
www.trendlight.nl
www.opensahara.wordpress.com

Gepost door: Raymond Franz | 13/08/2009

Interview met Automatisering Gids over Web3

Hierbij een link naar het interview dat ik onlangs gaf aan Automatisering Gids

Gepost door: Raymond Franz | 28/06/2009

Adverteren is weggegooid geld

Als reactie op het artikel

“94 procent van online geplaatste advertenties is weggegooid geld”

of via de LinkedIn group ‘Het web der entiteiten’
22 juni 2009

“Niet meer dan zes procent van de online geplaatste advertenties is relevant. Dit betekent dat 94 procent van de online advertenties zijn doel voorbijschiet.” Dit zei Sacha Carton, bestuursvoorzitter bij ad pepper media en president van iSense, tijdens de eerste iSense-masterclass 3.0. Dit iSense-event vond plaats op 15 juni 2009 in Hotel The Dylan in Amsterdam. Naast de masterclass van Sacha Carton was er een introductie in semantiek in relatie tot online adverteren door professor David Crystal.


Als de reclamejongens en -meisjes denken dat ze met het oplossen van de semantische problemen zo door kunnen rijden in de eenrichtingsstraat van massa-mediale campagnes, hebben ze het mis. Bovenstaand stukje wasemt de misvatting dat de oude reclame-mores van de traditionele media ook geldt voor het internet van de toekomst.

Het veronderstelt dat, als je maar zoveel mogelijk flikkerende banners door de strot van je potentiele klanten duwt, het wel goed komt met die reclame euro. Alsof ik, als er geen vliegtuig neerstort wel wil worden lastig gevallen met vliegvakantiereclame. Ik wil eigenlijk helemaal niet lastig worden gevallen door reclame.
Het sluit immers zelden aan op een acute behoefte, het is steeds dezelfde boodschap die eindeloos wordt herhaald en de gegeven informatie is onbetrouwbaar. en eenzijdig. De facto is reclame een ‘pain in the ass’. En het wordt in rap tempo een onnoodzakelijk kwaad.

Traditionele marketing is gebaseerd op verleiding, merkenbouw, logo’s, slogans en de idee dat de consument het product is van een gemiddelde. Omdat de beschikbare advertentieruimte altijd schaars was, spendeerden bedrijven kapitalen om hun producten over het voetlicht te brengen. Ze kregen daar een zekere mate van exclusiviteit voor terug.
Nieuwkomers in een markt werden zo buiten de deur gehouden, tevreden en ontevreden klanten werden niet gehoord en konden elkaar niet horen. Reclamebureaus en media verdienden geld als water en hadden er geen enkel belang bij de status quo te doorbreken. De klant, de fabrikant en de mediaconsument stonden erbij en keken er naar.

Op internet bestaan schaarste en exclusiviteit niet. De oude luie centralistische benadering van eenvormigheid werkt niet langer. Het democratisch internet bracht tevreden en ontevreden klanten bij elkaar. Deze netwerken stellen potentiele klanten in staat productkeuzes te maken op basis van ervaringen in plaats van op verleiding. De ‘need to have’ wordt bepaald door de behoefte aan het product en niet langer aangewakkerd door een opgedrongen ”you should have’

Succesvolle nieuwkomers investeren in razendsnelle distributie, uitstekende klantenservice en bovenal goede producten in plaats van dure reclamecampagnes. De tevreden klanten doen de rest. Het snelstgroeiende bedrijf uit de wereldgeschiedenis ‘Google’ heeft nauwelijks geadverteerd. Marktplaats, Twitter, Linux, Youtube en Facebook? Ik heb de cijfers niet paraat maar ik voorspel eenzelfde beeld. Ze maakten gebruik van een enthousiaste groep gebruikers en de links die zij achterlieten met hun ervaringen deed de rest.

Tot een aantal jaar geleden dachten reclamebureaus samen met de media-exploitanten nog dat ze communities konden bouwen, later dat ze communities konden vinden en nu gaan ze er nog steeds vanuit dat hun klanten naar ze toe komen door verleidende banners en buttons aan te klikken, flitsende websites te bouwen, dure outlets te bouwen en programma onderbrekende reclames uit te zenden.

Maar consumenten vinden nu de fabrikanten. ‘In good and in worse’. Ze kiezen daartoe zelf het moment en worden gestuurd, ontraden en geadviseerd door ervaringsdeskundigen. Bedrijven die dat mechanisme tot de kern van hun strategie maken zullen succesvoller zijn omdat ze er betere producten en service door gaan leveren en ontwikkelen.
Bijkomend voordeel: Ze kunnen reclamemaken tot een minimum beperken. Ze zullen betaalde communicatie slechts hoeven inzetten om te informeren en te waarschuwen, zonder nodeloze toeters en bellen en gericht op de boodschap.
Omdat al het overige door de klant als storend en onnodig wordt ervaren.

Ik merk dat veel reclame- media-, marketing en communicatiebureaus de strijd van de traditionele media tegen de oprukkende invloed van het ‘gratis’ internet met veel te veel distantie volgen. Als straks de economie weer aantrekt, komt het allemaal wel weer goed met de business, zo denken velen.

Het grootste probleem met de ‘media van eenvormigheid’ is dat ze het internet van linken, luisteren, niches, samenwerking en kruisbestuiving niet begrijpen.  Ze willen zo graag terug naar het oude model van schaarste en exclusiviteit dat ze weer overwegen om tariefmuren rond hun content te plaatsen.

Als de traditionele mediamarkt implodeert of in het beste geval marginaliseert, zal dat pas het startpunt blijken van een verschrikkelijke lawine en niet het eindpunt. De eenvormigheid, de schaarste en de exclusiviteit uit het verleden heeft bureaus en media te lang te veel opgeleverd om nu nog fundamenteel over de eigen rol te gaan nadenken. Ze gaan beiden zeer zware tijden tegemoet.

Giep Franzen zei twintig jaar geleden al: ‘de helft van je reclamegulden is weggegooid geld, je weet alleen niet welke helft’.  Het zou maar gezegd worden over je branche door zo’n autoriteit, maar de karavaan trok verder.  Ik denk dat Franzen toen een zeer optimistisch mens was, gezien de kop van het artikel die dat percentage weggegooid geld nu stelt op 94%.

Wie meer wil lezen over de fundamentele veranderingen van de traditionele mediawereld, raadt ik de websites van Jeff Jarvis en Umair Hague aan.

Gepost door: Raymond Franz | 09/06/2009

Volgens Joustra moet de wereld maar veranderen

Hoofdredacteur van Elsevier Arenda Joustra neemt in het Financieele Dagblad van vanochtend een voorschot op het advies van de Comissie-Brinkman. De voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren rekent erop dat het potje met 8 miljoen van Plasterk vooral wordt gebruikt om anderen te veranderen en het zijn klanten moeilijk te maken.

Een onderzoek naar de rol van de publieke omroep, een heffing op de abonnementsgelden van internetproviders, het verlagen van het BTW tarief en de aanpak van knipselkranten bij ministeries ziet Joustra graag terug in het advies van de Commissie Brinkman. Hoezo innovatie?

Umair Hague van Hardvard Media Lab zegt op zijn eye-opening weblog over innovatie

Most innovation, well, isn’t: it is “unnovation,” or innovation that fails to create authentic, meaningful value. The biggest stumbling block to innovation is unnovation: most companies are too busy unnovating to ever learn how to truly innovate.

In the race to innovate, most organizations forget a simple but fundamental economic truth. A new process, product, service, business design, or strategy can only be described as an innovation if it results in (or is the result of) authentic, durable economic gains.

Arendo Joustra weet ook niet hoe het tij voor de nieuwsuitgeverij te keren. Dat is voor een hoofdredacteur geen schande. Nieuwsredacties zijn er voor het maken van nieuws en ze hebben in de afgelopen 15 jaar bij voortduring en in grote getalen bewezen geen verstand van de business te hebben, laat staan business maken op internet.

Maar om nu iedere keer weer te tamboereren op dit onvermogen en reclame te maken voor dit eigen gebrek aan inzicht, dat is niet alleen tenenkrommend maar ook heel slecht voor zijn eigen zaak en die van zijn collega’s. De wereld moet niet veranderen, de journalistiek en de uitgevers moeten dat en daar hebben ze die 8 miljoen van Plasterk niet bij nodig. Daar heeft ie dan wel weer gelijk in.

Traditionele media denken nog steeds dat ‘gratis’  het probleem van internet is. Het is niet het probleem, het is de realiteit. Het probleem is dat media nog steeds denken dat massa, exclusiviteit en schaarste hun businessdrivers zijn. Helaas voor hen maar gelukkig voor de consument zijn die begrippen vervangen door niches, links (Google-juice volgens Jeff Jarvis) en miljoenen nieuwe personal entrepreneurs.

Zolang de media hun klanten blijven pesten door ze te laten betalen voor dingen die elders gratis te vinden zijn, door reclameblokken op de spannendste momenten in een film te programmeren, door zelf gratis gebruik te maken van internet voor hun eigen informatievoorziening maar er anderen voor te laten dokken, en vooral niet naar hun eigen klanten te luisteren en met ze samen te werken, zullen ze langzaam wegkwijnen. Daar helpen nog geen 10 commissies, onderzoeken of 80 miljoenen tegen.

Gepost door: Raymond Franz | 04/06/2009

KPMG en hoogleraar Huibers zitten ernaast

In het Financieele Dagblad van vanmorgen wordt het rapport ‘de uitgever aan het woord’ van KPMG en bijklussende hoogleraar Theo Huibers (Thaesis) gepresenteerd.Ze voorspellen dat uitgevers de komende tijd steeds meer vergoedingen gaan vragen voor informatie omdat het verdienmodel, dat is gebaseerd op adverentie-inkomsten niet voldoende blijkt op te brengen. In plaats van abonnementen denken uitgevers aan pay-per-service, waarbij de klant betaalt voor een dienst die hij afneemt.

Wat een hoop denkfouten op een rijtje. Allereerst zijn advertentie-inkomsten op internet maar ook in print en op RTV gebaseerd op bezoekersaantallen. Het verstoppen van content achter betaalmodellen zal het aantal bezoekers verminderen en daarmee de advertentie-inkomsten. Daarbij zal de content niet meer worden gevonden omdat Google de content niet langer indexeert met nog minder bezoekers en dus adverentie-opbrengsten tot gevolg.

De tweede denkfout zit hem in de aanname dat consumenten betalen voor content dat ze ook elders kunnen vinden. Nieuws dat je interesseert komt altijd naar je toe. Ik voorspel je dat deze informatie uit het Financieele Dagblad binnen no-time ook via andere kanalen te vinden is of in je RSS reader opduikt, als dit nieuws tenminste bij jou past. Mij interesseert het, dus vond het me en ik wijs met mijn bescheiden blog anderen er weer op.

Daarnaast is nieuws iets heel anders dan een MP3 file of een game waarmee wel bescheiden inkomsten worden gegenereerd. Een nieuwsartikel wordt niet ‘gekocht’ om vervolgens 3 of 4 keer opnieuw te worden gelezen en is al helemaal waardeloos als de consument het artikel niet mag hergebruiken en er niet naar mag doorlinken.

Derde denkfout is dat uitgevers erg serieus moeten worden genomen als het om het bedenken van business modellen op internet gaat. Ze hebben de afgelopen 15 jaar niet uitgeblonken in het ontwikkelen van veel levensvatbare initatieven. Betaalmodellen werden aan het begin van deze eeuw bij vrijwel alle internetkranten afgeschaft omdat er achter de tolpoorten nauwelijks nog bezoekers overbleven. Uitgevers horen blijkbaar graag wat ze willen horen en KPMG en Thaesis vertellen het maar al te graag.

Uitgevers zullen informatie juist moeten ‘linken’ en open maken. Daarmee bedienen ze hun bezoekers en zorgen ze voor traffic. Google helpt uitgevers daarbij en verdient daarmee geld voor zichzelf en de uitgever.

Daarnaast zullen uitgevers zich weer moeten onderscheiden in plaats van op elkaar te lijken. Door kwaliteit te leveren, services te bieden, te informeren, te jagen en te verzamelen en door zich te onderscheiden, regionaal, lokaal of in een speficieke niche. Het bouwen van een muur om informatie staat ieder van deze ontwikkelingen in de weg

Vierde denkfout: Het betreffende rapport is te vinden op ‘uitgever aan het woord’ en kost € 49,95 Dat is een hoop geld voor een op voorhand waardeloos rapport. Gelukkig kent deze hoge prijs ook een voordeel. Er zullen er gelukkig weinig zijn die het kopen.

Gepost door: Raymond Franz | 03/06/2009

Kranten….Vlucht naar voren !

Uitgevers van dagbladen neigen weer te kiezen voor het betaalmodel op internet. Het plaatsen van tolpoorten en tariefmuren is niet alleen onverstandig, het illustreert tevens de paniek die op de burelen van de uitgeverijen is losgebarsten.

‘Je kunt geen product verkopen waar je zelf niet in gelooft’ waren de wijze woorden van mijn eerste baas. Kranten laten niet na hun eigen onheil over zichzelf af te roepen. Ze vinden dat ze op internet worden bestolen en daarom deugt eigenlijk niemand er, hun klantenkring vergrijst en wat veel erger is: er komen geen jonge lezers bij, de noodzakelijke bezuinigingen leiden tot kwaliteitsverlies, kranten gaan steeds meer op elkaar lijken en de advertentiemarkt is ingestort. Let wel: Dit zeggen de dames en heren journalisten zelf over hun eigen branche.

Kommer en kwel, slechte resultaten, een continue stroom van negatieve berichten over hun eigen prestaties en volledige verwarring over hoe het tij te keren. Tel daarbij het hopeloze romantische beeld op van hun eigen rol als hoeder van de democratie en het beeld van het lam dat zich weerloos naar de slachtbank laat leiden, dringt zich op. Maar zo ver is het nog lang niet en het tij kan worden gekeerd.

Op dit ogenblik zijn meningen belangrijk. Met hoe meer volume en woede ze worden geuit, hoe beter. Volgens VVD-leider Mark Rutte mag de ontkenning van de Holocaust uit het strafrecht in een land waar Holocaust ontkenning helemaal niet verboden is bij wet.  Tegelijkertijd kapen media en politici deze mening van Rutte, maar presenteren ze niet de onderliggende feiten. Zo maken ze een goedbedoelde en serieuze poging tot een debat weloverwogen tot een karikatuur. Dat het daarbij niet gaat om een mening over de Holocaust maar om de ontkenning van een feit, wordt ook over het hoofd gezien.

De ruimte die media voor opinies inruimen is de laatste jaren sterk gegroeid. De Standpunten.nl zijn een dagelijks terugkerend fenomeen op de radio en er wordt een constante stroom opinie-onderzoeken over ons uitgestort. Zelfs het journaal interviewt regelmatig Mien en Jan in trieste winkelcentra. ‘De staat met de straat verbinden’ noemde hoofdredacteur Hans Laroes dat vlak na de moord op Pim Fortuyn.

Meningen zijn zo tot onwrikbare waarheden geworden. Als iemand door gewijzigde omstandigheden zijn mening bijstelt, is het een draaikont in plaats van een pragmaticus. Men hoeft geen visionair te zijn om te voorspellen dat deze ongebreidelde meningenzucht voor grote en kleine rampen gaat zorgen. Beslissing die onder druk van de publieke opinie worden genomen zijn over het algemeen niet de beste beslissingen en dat gaan mensen vroeg of laat merken.

De opinie-industrie zal langzaam vastlopen. Er bestaan voor de meeste complexe vraagstukken geen simpele antwoorden. Politici zullen zich minder conformeren aan de massa van het gemiddelde en op zoek gaan de niches in het electoraat en proberen de specifieke oplossingen te vinden die deze vragen.

Juist in deze tijd zal de vraag naar feiten weer toenemen. Redacties en de overheid kunnen daar gezamenlijk het voortouw nemen in het verzamelen en beheren ervan. Door de open semantische structuur zullen burgers, ondernemers en wetenschappers dit openbaar feitencomplex aanvullen, verbeteren en perfectioneren. Journalisten kunnen verbanden leggen waar ze nog nooit eerder zijn gelegd. Ze kunnen vragen stellen die jij en ik nu niet kunt bedenken.

In de VS zijn door President Obama de eerste stappen op dit pad gezet. Op data.gov wordt overheidsinformatie aangeboden, de Stimulus investeringen moeten door regionale overheden Web3 based worden aanbesteed en Opencongress.com biedt iedereen de mogelijkheid de beloften van politici van minuut tot minuut en stemming tot stemming te volgen.

Grote newscorp’s stellen hun archieven en actuele newstreams steeds vaker open voor gebruik. De semantische combinatie van nieuws en overheidsinformatie zullen ongekende mogelijkheden bieden voor de ontwikkeling van nieuwe producten in iedere niche. De reacties van burgers op dit nieuws doet de rest. Niet omdat het moet maar omdat het het betrekking heeft op hun directe leefomgeving, de school of studie van hun kinderen, hobby of vakgebied. Omdat de wet van binden en verbinden de enige sleutel is om het publiek van morgen te vinden en te binden. En daar passen geen copyright en tolpoorten bij.

Zo wordt nieuws een volstrekt ander product dan het massa product voor de gemiddelde abonnee, kijker, lezer of luisteraar van vandaag. Het gaat er immers niet om je gebruikers te straffen voor het gebruik van je informatie door ze te laten betalen of ze naar eindeloze reclameblokken te laten kijken. Het gaat erom je gebruikers nog meer links met informatie over het onderwerp te bieden en ze de mogelijkheid te geven jou daarbij te helpen.

Ben je daarbij succesvol, dan komen de revenuen en businessmodellen vanzelf op je af. Ben je defensief, adaptief of ontken je de feiten van deze nieuwe wetmatigheden, dan ben je als nieuwsredactie ten dode opgeschreven. Vlucht daarom naar voren en niet terug de loopgraven van betaalde content in, waar je net bent uitgekropen.

Gepost door: Raymond Franz | 29/05/2009

wie helpt met pay-off?

Afgelopen dinsdag 26 mei werd op kantoor van de UvA Holding TalkingTrends officieel gedoopt met een praatje, glas sjampoepel en een hapje. Onze nieuwe trots gaat de tools en taalkundige resources die aan de UvA zijn ontwikkeld, toegankelijk maken voor gebruik. in open source. Samen met dagbladuitgevers, nieuwsdiensten, gemeenten, overheidsdiensten en parlement zijn we druk bezig hetzelfde te doen voor hun content. Het goede voorbeeld van NYTimes, WashingtonPost, Guardian, Reuters en OpenCongress.org doet blijkbaar goed volgen.

Uiteindelijk doel? Samen de semantische ruggegraat van Nederland bouwen. Open Sahara gaat Nederlandstalige content aansluiten op het Engelstalig Web3. Volgens de daarvoor geldende standaard. Open, transparant, no strings attached. Zodat ieder individu met een paar muiskliks zijn ideeen kan omtoveren in toepassingen, nieuwe diensten, the next killer-app. En waarbij iedereen profiteert. Zelfs de noodlijdende kranten.

prijs * 3

Bij een naam hoort een pay-off volgens onze webdesigner. Ondanks eindeloze sessies met de benen op tafel kwamen er nog niet uit. Wie helpt ons aan een mooie…?
Tuurlijk! We hebben prijzen. De allerbeste, de allerallerbeste en de allerallerallerbeste ontvangen het nieuwe boek van Jeff Jarvis ‘Wat zou Google doen’ als prijs, maar vooral als bron van inspiratie

Aanvulling maandag 1 juli 2009: De eerste inzendingen zijn binnen:

thrives the wasteland
develops the wasteland
fertilize (your) content
liberating knowledge
the smart mode of give away

Gepost door: Raymond Franz | 06/05/2009

NVJ presentatie

spider_web_with_dew_drops

Hier vindt u de presentatie die Raymond Franz gaf voor het bestuur van de NVJ over de mogelijkheden en uitdagingen van Web 3.0 voor journalisten en uitgevers. Directe aanleiding was het advies aan de Commissie Brinkman hoe de dagbladen hun producten moeten innoveren om de pluriformiteit van de nieuwsvoorziening in Nederland te garanderen.

Reblog this post [with Zemanta]

Oudere Berichten »

Categories